Waarom een CWN-standpunt over Reiki?
Reiki is een methode van heling door handoplegging die snel aan populariteit wint. Reiki lijkt daarmee, oppervlakkig gezien, enigszins op vormen van heling door handoplegging in de christelijke geloofstraditie, zoals die ook binnen de CWN wordt gepraktiseerd. De Studiegroep Lichamelijke Genezing van de CWN heeft zich daarom bezonnen op deze alternatieve geneeswijze om een juist standpunt te kunnen bepalen en de adviesraad en het bestuur geadviseerd. Het bestuur heeft het standpunt van de werkgroep overgenomen.
Wat is Reiki?
Na een grondige studie van o.a. de Reiki-literatuur en gesprekken met Reiki-leraren kan de volgende schets van Reiki gegeven worden
Geloof en behandeling
Reiki is een uit Japan afkomstige methode van helen door handoplegging.
Deze alternatieve geneeswijze berust op een nadrukkelijk geloof in het bestaan van een geneeskrachtige 'universele levensenergie', eveneens Reiki genoemd, en in het bestaan van met verschillende namen aangeduide ‘energiebanen’ in het menselijk lichaam. De behandelaar biedt door handoplegging aan het lichaam van de patiënt de mogelijkheid om naar behoefte Reiki via zijn handen op te nemen. Hierdoor zou het bij de patiënt van nature aanwezige zelfgenezend vermogen worden gestimuleerd.
Opvallend daarbij is dat de handen gewoonlijk in een vaste volgorde op een serie, voor ingewijden betekenisvolle vaste plaatsen, de ‘handposities’, gelegd worden, maar ook wel op pijnlijke of zieke plekken. De hele behandeling kan ongeveer een uur duren. Ook kunnen zieken op (grote) afstand behandeld worden.
Reiki zou inwerken op de hele mens, lichamelijk en emotioneel. De genezer heeft het resultaat van een behandeling niet in de hand, maar de behandeling zou nooit kwaad kunnen.
Als zieken niet genezen, komt dat doordat zij, wat men noemt de ziektewinst niet kwijt willen, of doordat ze innerlijk de Reiki-energie niet toelaten. Iedereen is in hoge mate verantwoordelijk voor zijn eigen geluk en gezondheid, maar dat betekent niet dat zijn ziekte een straf is. Soms verdwijnt een ziekte niet, maar helpt Reiki om die te accepteren.
Achtergrond en opleiding
De methode is volgens de traditie aan het eind van de achttiende eeuw herontdekt en in Japan uitgewerkt door dr. Mikao Usui na bestudering van christelijke en vooral oude boeddhistische geschriften. Men zegt dat deze geneesmethode in feite meer dan twee duizend jaar oud is. Sedert de jaren tachtig neemt het aantal behandelaars wereldwijd explosief toe.
In één ‘cursus’ van ongeveer twee dagen kan iemand door een leraar (Reiki Master) opgeleid worden tot behandelaar eerste graad. In een tweede cursus wordt zijn geneeskracht extra versterkt waarna hij afstandsbehandelingen zou kunnen geven. Na een tijd van praktische toepassing kan men in een derde cursus zelf tot leraar (Reiki derde graad) worden gewijd.
Tijdens de cursusdagen zouden de eigen ‘energiebanen’ worden geopend en ontdaan van obstakels en zou de cursist in rechtstreeks contact gebracht worden met wat men noemt de bron van Reiki. Dit gebeurt langs een weg van uitleg, oefeningen in gevoeligheid en vooral van rituele inwijdingen. In zo’n ritueel wordt met symbolen en mantra’s gewerkt, terwijl de deelnemer het ondergaat met gesloten ogen en in een toestand van meditatie. Verder leert de cursist de handposities kennen en toepassen, en leert hij Japanse symbolen te gebruiken die voor de geneeswijze essentieel zijn.
Tot slot zij opgemerkt dat er verschillende aan Reiki verwante Oosterse geneeswijzen bestaan. Wij hebben ons hier om praktische redenen beperkt tot Reiki.
De CWN en heling
De CWN heeft vanaf haar begin aandacht gehad voor pastoraat en (innerlijke) genezing en stimuleert studie en opleiding op dit gebied.
Ook wil zij, trouw aan de bijbel en de vroege kerkelijke traditie, lichamelijke genezing hierbij betrekken. Zij zoekt ook voor dit laatste een christelijke, pastoraal verantwoorde weg en meent in het 'doordrenkend gebed' een goede vorm gevonden te hebben. Bij deze vorm van pastoraat, die door de Amerikaanse schrijver en evangelist Francis MacNutt geïntroduceerd is, wordt nadrukkelijk handoplegging toegepast.
Door praktijkervaring, maar ook door studie van christelijke, niet-christelijke en ook wetenschappelijke bronnen is de CWN zich ervan bewust geworden dat psycho-sociale, spirituele en mogelijk nog andere, niet-materiële invloeden bij genezing en heling een belangrijke rol spelen, naast medische ingrepen en behandelingen. Ook weet zij van onzichtbare krachten die verwarren of afhankelijk kunnen maken.
Het christelijk geloof, maar ook niet-christelijke religies hebben hun eigen aanduidingen van en inzichten over ziekte en genezing. Met die inzichten hangen specifieke vormen van aanvullende hulp samen, zoals verschillende vormen van gebed en wijzen van handoplegging.
Het blijkt dat vele vormen van alternatieve, niet-medische hulp duidelijk in een behoefte voorzien. Bij conventiegangers zijn dan ook vragen gerezen naar het standpunt van de CWN over enkele van die geneeswijzen, vooral over die welke handoplegging toepassen en uiterlijk enige gelijkenis vertonen met het 'doordrenkend gebed'.
Kritiek op Reiki
De CWN plaatst, vanuit haar optiek, de volgende kritische kanttekeningen bij Reiki:
1. Reiki berust op een syncretistische basis (christelijk en boeddhistisch) en brengt degene die zich ermee in laat dus in de invloedssfeer van een ander dan uitsluitend christelijk geloof. Dit kan voor een christen verwarrend werken en genezing juist in de weg staan, of zelfs nieuwe problemen oproepen.
2. De inwijdingen vereisen overgave aan een gezaghebbende macht of kracht die onbekend is.
3. Het heet dat Reiki altijd goed werkt, als je je maar aan de regels houdt. Dat klinkt zo automatisch dat het wantrouwen wekt. In onze wereld bestaan geen waterdichte genezingsmethodes.
4. Reiki lijkt in hoofdzaak te bestaan in het methodisch omgaan met bepaalde krachten. Die indruk wordt nog versterkt doordat er precies voorgeschreven handposities zijn. Categorieën als gebed en genade spelen geen rol meer en het lijkt hier te gaan om een geheel menselijke methode om onzichtbare krachten te regisseren.
5. Kenmerkend voor christelijk geloof is dat men zich niet toevertrouwt aan een onpersoonlijke universele energie maar aan een persoonlijke God. De vermenging van deze twee leidt tot een onhelderheid en onbestemdheid die zowel uitwerkt op het geloofsleven als op het psychisch welbevinden.
6. Reiki stimuleert de ontwikkeling van paranormale vermogens, maar onduidelijk is of men voldoende oog heeft voor de risico’s van het gebruik daarvan. In het gebed om de Heilige Geest en het invoelend bidden en luisteren in de christelijke dienst der genezing, neemt weliswaar de empathische gevoeligheid van de pastor toe, en worden soms bijzondere gaven ontvangen, maar hier wordt veel belang gehecht aan de ondersteunende en corrigerende rol van de biddende gemeenschap.
Conclusie
De CWN concludeert dat Reiki voor het geloofsleven en het psychisch welbevinden niet zonder risico is. De CWN meent in de dienst der genezing in de naam van Jezus Christus haar eigen charismatische weg te moeten gaan en distantieert zich daarin dan ook principieel van Reiki.
Reiki en andere, vergelijkbare geneeswijzen, vestigen overigens hardnekkig en terecht de aandacht op aspecten van de werkelijkheid, die wij als westerlingen door ons rationalisme maar moeilijk doorzien. Dus biedt de werkelijkheidsbeleving van deze genezers de CWN stof tot verdere doordenking van die werkelijkheid als Gods schepping.
Wilt u nog nadere toelichting? Dan kunt u contact opnemen met de voorzitter van
de CWN-studiegroep lichamelijke genezing, prof. dr. M.F.G. Parmentier (tel. 035-6230602), of met studiegroepslid mw. drs. M. van der Kooi-Dijkstra (tel. 0343-533167).