De keel niet schor gezongen
door ds. Hetty Boersma
Het bijzondere is dat je stem niet schor wordt. Ook niet na het tiende gezang. Ook niet na de vijfde psalm. Want er wórden er vele gezongen op de retraite in Zenderen. Eerst door enkele ‘vroege vogels’. Zij zingen van de kloostergangen hun collega-cursisten wakker. Daarna tijdens het morgengebed, nog voor het ontbijt. Vervolgens laten de predikanten, kerkelijk werkers en hun partners in de lofprijzing van zich horen. En ook ’s middags - in de workshops ‘Iona’ of ‘zang en beweging’ - is het lied daar én in veelvoud. En dan zijn de gezongen openingen en sluitingen van de maaltijden en de lange avondvieringen nog niet genoemd. Maar ondanks deze overvloed aan lied en gezang, de stembanden worden niet moe. Eerder soepel, getraind. Want terwijl de klank van gebed en lofzang van binnen naar buiten gaat, stromen tegelijkertijd nieuwe krachten van buiten naar binnen.
Van wie komen die krachten? De ruim veertig deelnemers van deze januariretraite van de Theologencursus Spiritualiteit en Pastoraat (TSP) aarzelen niet. Zij geloven dat God persoonlijk deze krachten schenkt: als inspiratie, als kracht, als voedsel… Want hoe verschillend hun achtergrond ook –van evangelisch tot doopsgezind, van confessioneel tot ‘gewoon’ PKN – de aanwezigen zijn wars van het veelbesproken ‘ietsisme’, het thema van deze retraite.
God is Persoon. Wat dat betreft is er veel eensgezindheid en valt er deze drie dagen weinig te discussiëren. Maar is discussie wel het doel van de ontmoeting? Ik denk het niet. Ook al ben ik een nieuweling in het charismatische landschap, duidelijk is voor mij dat het hier niet gaat om het gesprek op het scherpst van de snede of om felle debatten.
Natuurlijk, wij predikanten en kerkelijk werkers zoeken inhoudelijke reflectie, deze dagen verzorgd door zr. Anje v.d. Pers van de Debora-communiteit en ds. Barend Wallet. We hebben immers woorden en doordenking nodig om ons te verhouden tot de vele anderen, die wél enkel met ‘iets’ verder willen. Maar het accent ligt toch vooral op de oefening. Van de stembanden inderdaad. Maar vooral van de daarmee verbonden, maar dieper gelegen mogelijkheden die God in ons geschapen heeft. Mogelijkheden om onszelf voor Hem te openen. Letterlijk –en daarmee ook figuurlijk - trainen we onze stembanden, maar ook onze handen, ons hart en ons leven. We trainen ons in het ‘openen’, in het ‘ontvankelijk zijn’. Oefenvormen zijn het gebed, de reflectie, het zingen, het samen delen van ervaringen.
Voor iedereen belangrijk en goed. Maar ik denk dat predikanten en kerkelijk werkers die training extra nodig hebben. Maar laat ik voor mezelf spreken. Ík heb het nodig. Want ik merk dat ik in mijn domineespraktijk toch snel de gever ben, van een woord, een gebed, een richting, een luisterend oor, een mooi idee etc. Maar hoe kan ik blijven geven, als ik niet ook weet te ontvangen?
Ik zoek het antwoord op die vraag op de landelijke TSP-dagen in Amersfoort en tijdens deze driedaagse retraite. Altijd wat huiverig geweest voor in mijn ogen overdreven geloofsuitingen, sta ik dan toch op de tweede dag in Zenderen met de handen omhoog. En ’s avonds tijdens de viering trek ik de stoute schoenen aan. Ik durf aan iemand te vragen om voor me te bidden. Ik durf te ontvangen.
Ja en ik zing. Ik, adept van het klassieke kerklied, van paradoxale en diepgelaagde gezangen. Ik zing Opwekking. En ik zing vele, vele malen ‘Lof zij de Heer’. En terwijl ik steeds gemakkelijker de hoge tonen bereik, wordt – bijna ongemerkt – van binnen een poort geopend.